Cobot of lasrobot? kies slim voor jouw productie

JW
Door Jan Willemsen 31 augustus 2026
Cobot of lasrobot? kies slim voor jouw productie

Inhoudsopgave

  1. Wanneer blijft handmatig lassen de beste keuze?
  2. Wanneer past een cobot bij jouw productie?
  3. Wanneer kies je voor een industriële lasrobot?
  4. Zo maak je de juiste keuze voor jouw productie

Handmatig lassen, een cobot of toch een lasrobot? Die keuze gaat over veel meer dan snelheid alleen. Ook productvariatie, omsteltijd, beschikbare ruimte en het aantal vakmensen op de vloer bepalen wat verstandig is.

Een lasrobot kan grote aantallen wegzetten, maar vraagt om een stabiel proces. Een cobot biedt meer flexibiliteit bij wisselende series. En handmatig lassen blijft juist sterk waar maatwerk en improvisatie nodig zijn.

De beste keuze begint daarom niet bij de robot, maar bij jouw productie. In dit artikel vergelijken we de drie vormen op de punten die in de praktijk het verschil maken — en delen we wat we bedrijven zien afwegen die de stap naar automatisering net hebben gezet.

Wanneer blijft handmatig lassen de beste keuze?

Handmatig lassen geeft een lasser maximale vrijheid. Bij enkelstuks, reparaties en complexe constructies kan hij direct reageren op afwijkingen, zonder dat er eerst een programma moet worden aangepast.

Dat maakt handwerk sterk bij producten die telkens anders zijn. De keerzijde: je productiecapaciteit blijft afhankelijk van beschikbare lassers, en tempo en lasuitvoering kunnen per medewerker verschillen.

Bij repeterend laswerk wordt automatisering daarom interessanter. Een ervaren lasser hoeft dan niet telkens dezelfde las opnieuw te leggen. Zijn vakmanschap blijft beschikbaar voor het moeilijke werk, terwijl de productie doorloopt.

Handmatig lassen past vooral bij uniek werk, zeer kleine series en moeilijk bereikbare lasnaden.

Wanneer past een cobot bij jouw productie?

Een lascobot zit tussen handwerk en volledig robotlassen in. De lasser programmeert direct aan het werkstuk: hij beweegt de cobot naar de lasnaad en legt daarna de gewenste lasbaan vast. Geen uitgebreid programmeertraject, wel een reproduceerbare las.

Dat maakt cobotlassen aantrekkelijk voor wisselende series. Je automatiseert het repeterende werk zonder dat iedere productwissel je stillegt, terwijl de lasser dicht bij het proces blijft. Zo kan de productiviteit stijgen én blijft de kennis op de vloer.

Van Laar werkt met lascobots van RBW en Fanuc. Fanuc bouwt al decennia industriële robots die wereldwijd worden ingezet, en sluit daardoor sterk aan op traditionele robotprogrammering. Aantrekkelijk is de gelaagde opbouw: operators werken met een eenvoudige gebruikersschil, terwijl voor complexer werk de volledige Fanuc-programmeertaal beschikbaar blijft. Zo kun je klein beginnen en later opschalen zonder een compleet nieuw systeem. Dat past goed bij bedrijven met bestaande Fanuc- of robotkennis.

RBW kiest bewust voor een andere aanpak. De besturing is ontwikkeld vanuit de dagelijkse praktijk van de lasser, met als uitgangspunt dat iemand na enkele uren instructie zelfstandig aan de slag kan. Voor complexer werk zijn extra functies beschikbaar, zoals pendelen, kettinglassen en meerdere producten rondom één cobot. Dezelfde cobot bedient dan achtereenvolgens verschillende werkposities.

Met touch sensing detecteert de cobot bovendien kleine positieverschillen. Ligt een werkstuk niet iedere keer exact hetzelfde, dan past de cobot de lasbaan daarop aan. De lasser blijft verantwoordelijk voor het lasproces en de kwaliteit; de cobot neemt vooral het repeterende werk over. Daardoor ontstaat meer ruimte voor het werk waar vakmanschap echt telt.

Een cobot past vooral bij wisselende series, kleinere tot middelgrote aantallen en teams die de kennis in eigen huis willen houden.

Twee RBW-cobots voor laswerk

Voor laswerk zijn vooral de RB3-1200 en de RB6-1700 relevant. De RB3-1200 heeft 1.200 millimeter bereik en past goed bij compacte lasopstellingen. De RB6-1700 biedt met 1.700 millimeter meer bereik voor grotere werkstukken.

Welke uitvoering past, hangt vooral af van werkstukgrootte, bereikbaarheid en de positie van de lasnaden.

Uit de praktijk: automatiseren zonder flexibiliteit te verliezen

Hoe zo’n afweging in de praktijk uitpakt, zien we bij productiebedrijven die net de stap naar cobotlassen hebben gezet. Vaak is maximale snelheid niet de eerste eis. Belangrijker zijn eenvoud, beheersbaarheid en het intern kunnen houden van kennis — zeker nu technische vakmensen schaarser worden.

Wat gebruikers keer op keer aantrekkelijk vinden, is een cobot die eenvoudig te programmeren is, flexibel te plaatsen en waarmee je ter plekke een oplossing kunt bedenken. Juist die eenvoud maakt het mogelijk om de bediening onderling aan te leren, zodat medewerkers zelf problemen kunnen oplossen. Nieuwe collega’s werken er binnen korte tijd mee: de ervaren lasser brengt zijn vakmanschap in, jongere medewerkers vinden snel hun weg in de bediening. Kennis wordt gedeeld in plaats van afhankelijk te zijn van één specialist.

Welk merk het beste past, verschilt per situatie. Minstens zo belangrijk als de techniek is de samenwerking. Klanten ervaren dat juist wanneer er onverwacht iets misgaat — soms zelfs buiten de schuld van de leverancier — duidelijk wordt wie er echt met je meedenkt en wie niet. Dat is voor veel bedrijven precies waar een leverancier het verschil maakt.

De les gaat verder dan één merk: een cobot levert het meeste op wanneer hij eenvoudig te beheersen is, kennis in het bedrijf houdt én geleverd wordt door een partner die meedenkt als het erop aankomt.

Wanneer kies je voor een industriële lasrobot?

Een industriële lasrobot wordt interessant zodra de aantallen stijgen en de producten weinig veranderen. De robot voert dezelfde las steeds met dezelfde beweging en snelheid uit, dag in, dag uit.

Daarvoor moet de productiecel wel goed zijn ingericht. Opspanning, veiligheid, productaanvoer en programmering horen allemaal bij de oplossing, en dat vraagt vooraf meer engineering dan een cobot of handwerk. Een Fanuc lasrobot past bijvoorbeeld bij seriematige productie met een stabiele productmix: komen dezelfde producten langdurig terug, dan wordt de hogere investering ook echt benut.

Een robotcel vraagt meestal ook meer ruimte. Daar staat tegenover dat een goed ingerichte cel veel laswerk volledig geautomatiseerd uitvoert. Voor hoge, voorspelbare volumes is dat vaak de sterkste oplossing.

Een lasrobot past vooral bij hoge aantallen, weinig productvariatie en een stabiel productieproces.

Zo maak je de juiste keuze voor jouw productie

De beste oplossing begint niet bij de robot, maar bij het werkstuk. Kijk eerst naar aantallen, productvariatie en de tijd tussen verschillende series. Daarna komen ruimte, beschikbare lassers en gewenste capaciteit in beeld.

Een cobot is niet automatisch beter dan handmatig lassen. Bij uniek werk kan handwerk efficiënter blijven; bij hoge, stabiele aantallen levert een industriële lasrobot juist meer op. De onderstaande vergelijking geeft een eerste richting — zie hem niet als harde beslisregel, want bereikbaarheid, opspanning en laskwaliteit blijven bepalend.

KenmerkHandmatig lassenCobotLasrobot
ProductaantallenLaagLaag tot middelgrootMiddelgroot tot hoog
ProductvariatieZeer hoogHoogLaag
OmsteltijdZeer kortKortMeestal langer
Benodigde ruimteBeperktRelatief beperktMeestal groter
ProgrammeerdrempelGeenLaagHoger
FlexibiliteitZeer hoogHoogLager
Initiële investeringLaagMiddelHoog
HerhaalbaarheidPersoonsafhankelijkHoogHoog

Zoals de praktijk laat zien, zit de winst niet alleen in de machine. Van Laar levert niet enkel de cobot of lasrobot, maar denkt mee over opspanning, lasmallen, integratie en nazorg — en over de vraag hoe je de kennis in je eigen team houdt. Daarbij werken we onder meer met lasmachines van Kemppi en EWM, zodat we niet alleen de robot beoordelen, maar het complete lasproces.

Wil je weten wat bij jouw productie past? Neem dan een product, tekening of lasvoorbeeld mee. Samen bekijken we aantallen, bereikbaarheid, opspanning en de gewenste lasapparatuur.

CTA: Plan een demo of vraag een testlassing aan.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een cobot en een lasrobot? Een cobot programmeer je direct aan het werkstuk en verplaats je eenvoudig tussen producten; hij is bedoeld voor wisselende, kleinere series. Een industriële lasrobot draait in een vaste, ingerichte cel en is op zijn sterkst bij hoge aantallen van hetzelfde product.

Is een cobot geschikt voor kleine series? Ja. Juist bij wisselende en kleinere series komt een cobot tot zijn recht, omdat een productwissel geen uitgebreid programmeertraject vraagt.

Hoe snel kunnen medewerkers een lascobot bedienen? Bij de RBW-cobot is het uitgangspunt dat een lasser na enkele uren instructie zelfstandig kan starten. In de praktijk leren nieuwe medewerkers de bediening binnen relatief korte tijd, waarna de kennis intern wordt overgedragen.

Kan ik later verder opschalen? Ja. Je kunt klein beginnen en de automatisering stap voor stap uitbreiden — bij het Fanuc-platform bijvoorbeeld door naast de eenvoudige gebruikersschil de volledige programmeermogelijkheden te benutten.

Blijft handmatig lassen dan nog nodig? Zeker. Voor enkelstuks, reparaties, maatwerk en moeilijk bereikbare lasnaden blijft handmatig lassen de sterkste keuze. Automatisering neemt vooral het repeterende werk over.

Dit artikel in één minuut

  • Handmatig lassen blijft sterk bij uniek en wisselend werk.
  • Een cobot past goed bij kleinere en wisselende series — en houdt kennis op de vloer.
  • Een lasrobot wordt interessanter bij hoge, stabiele aantallen.
  • Kijk altijd naar omsteltijd, ruimte en beschikbare vakmensen.
  • De beste keuze begint bij jouw werkstuk, en bij een partner die meedenkt.

Deel dit artikel op

Verder lezen

Meer kennis, cases en nieuws

Onze merken

Wij werken met zorgvuldig geselecteerde producten die garant staan voor kwaliteit en resultaat.

WhatsApp